Waar je gevallen bent, blijf je.
In het hele universum is dit je plaats.
Alleen maar deze ene plek.
Maar die heb je helemaal van jezelf gemaakt.

JÁNOS PILINSZKY (1921-1981)

20100403

je neemt het
kleinste pad en glimlacht
me met je mee.
je zegt kom en ik geloof je
je bent een brug ik mag over je heen als
ik val moet het opnieuw en dan
moet ik de rivier zijn en mag
jij zwemmen, je zegt de wind steekt op
ik golf jij verdrinkt maar dat
vind ik cliché dus we doen het opnieuw.

je koos me,
lief en droeg me over
aan de kleuren van de wolken ik stroomde door
maar je overbrugt me verder ik
zal je niet bedanken
mijn hart is vloeibaar, is
de spatten die je raken tijdens storm.

20100324

amsterdam

Amsterdam trekt mijn jurk
uit de kreukels maar doet hem
nooit helemaal recht.
de stad is mijn bril de zon
spiegelt in de glazen
de kleine straatjes ontluiken als knoppen en
de zon gaat feilloos over in de nacht.

ik heb het er zomer zien worden:
ik was alleen in de tunnels en steegjes
Amsterdam heeft me ontkleed
geglimlacht en de schouders
karakteristiek opgehaald
de zomer begon voor niets en
niemand was meer onderweg
dan ik en niemand lachte meer,
maar beminde en het was mooi en los daarvan
allemaal helemaal
gratis.

20100306

Ik heb het vermogen de woorden te tellen
zoals
ik ooit duizenden zandkorrels telde;
het semantische schaakbord van koning Shirham
ik kan ook de woorden vergeten
en zeggen wat ze zijn zoals ik ooit
mijn zandkorrels woestijn noemde

van de woorden poëzie maken,
en het begrijpen.

20100221

Toen we nog handjes vasthouden deden en
dagzwaaien naar de mevrouw
met het hondje.
tegels tellen en springen over
het wit van de zebrapaden.
Toen die letters halfverlichten
omdat ’t ook maar uit een doosje stroomt
we enkel de was maar konden en
dachten de wereld is net zo plat
als dat we nooit zullen sterven.

We gingen aan elkaar voorbij ik
zag vast jouw ogen wel voorheen
en had ik het geweten
hoe had ik het gedaan
jouw hand gepakt, geglimlacht
misschien had ik het geschreven maar
ik had je laten weten
dag
ik vind je later lief

20100202

vergeten

Herinneren heeft, zo zie je aan Marsman
geen zin; we zijn er niet op gebouwd.
Vissen worden altijd groter
als ze langer zijn gevangen.

Je zegt me dat ik danste maar
de afdruk van onze schoenen
toont jouw voeten
die voorlagen en
de mijne die volgden

En het zand liegt niet
want het heeft geen neus
die kan groeien en geen wangen
die gaan blozen

kom, kleed je uit en ren op dezelfde
blote voeten als ik in de zee
en onthoud maar niets want de werkelijkheid
is al het moois wat we vergeten

20100114

GEKRAKEEL
NOTULEN


De één:
Ik verlang naar tevredenheid
De ander:
op een boterham, of uit het vuistje?
De één:
het gaat niet om de vorm.
het gaat om de inhoud.
Het cliché:
De maatschappij dat ben jij
De één:
Jij zegt het, ik eis enkel tevredenheid
De ander:
en wat zeggen we van …
Het cliché:
(..)
De ander:
Assertiviteit?
De één:
Liefde en geluk vinden we door tevreden te zijn
Het cliché:
Je weet wat ze zeggen
De ander:
nee!
Ze zeggen nee
(..)
Ik weet niet wat ze zeggen.
En daar komt nog bij:
Nee zeggen is de essentie
De mens:
Slechts een van de velen
Ja zeggen is er ook één.
Het cliché:
wie weet hier nou wat ze zeggen
De mens:
het gaat niet om wat ze zeggen..
De één:
dat zei ik
Het gaat om de inhoud
Denken is geen doen
En praten ook niet.


De mens:
Wanneer openen wij onze ogen.
Het cliché:
dat zou ik zeggen!
De ander:
Daar heb je het al:
Assertiviteit.
De mens:
ze zeggen zo veel,
Ik raak er van in de war
De ene keer is het dankjewel
Voor een stukje eenheidsworst
En de andere keer is het allemaal
mijn schuld.
En de een wil jongens
En de ander weer meisjes.

Het cliché:
Keer elkaar de wang toe
gaat heen, vermenigvuldigt u
daardoor wordt iedereen gedreven
men houdt niet van delen.
De kleuren:
mogen wij even op onze strepen gaan staan?
Het is niet zo zwart-wit.
De één, De ander, het cliché (de mens!) :
eeeeeeeeven centraal!!
We moeten terug
Naar de doelstellingen
Het één? Of het ander?
(De mens:
Check, dubbelcheck. De doelstellingen zijn behaald. Het gaat alleen nog om de afwerking.)
De kleuren:
(!!)
(de mens:
ik wil even iets anders aansnijden
Ik word niet serieus genomen
Ik sta tussen haakjes.)
De meute die weliswaar meestal niets zegt:
ach, gezwets en gezwijmel
Geen touw aan vast te knopen

(de mens:
luister dan toch
De notulist is een –onbeschaafd woord-
Hij censureert en verkracht de vergadering!!)

Iedereen verzamelt zich om de notulist, de hamer begint een tirade, het aaneengeschakelde getimmer waarmee hij stilte probeerde af te dwingen is niet in de notulen opgenomen.
De meute die toch niets zegt wringt zich door alle openingen uit het zicht.

Iedereen herhaalt de notulen.

Chaos.

De cake en koffie worden aangesneden, een moment van verorbering.

De hamer voegt zich tot de meute

De krachttermen voegen zich tot de hamer

De één en de ander voegen zich tot de krachttermen


Het slottakkoord

De essentie
Hij was mooier dan mooi maar deed slechte dingen omdat hij dacht dat het goed was.
God zag ook dat het goed was.
Zo moet hij gedacht hebben.
Geef hem de ruimte
Geef hem de vrijheid
Geef hem de vleugels van een meeuw
Geef
Geef

Het individu

Pief paf poef,
bloed, hart, ziel, zweet, tranen.

(Hij was autistisch noch gameverslaafd.
Hij ontvluchtte zijn plaats in de maatschappij omdat hij zag dat meer dan het grootste deel schijn was.
Soms schreef hij, gevoelige ritmische gedichten waarin hij probeerde de essentie van al wat is te vatten, omdat hij langs mooie stromende rivieren had gelopen en had genoten van de groene sprieten die ‘nieuw leven’ symboliseerden. Maar nog vaker omdat hij zag hoe lelijk alles werd onder de handen van de mensen.
Een poète maudit zonder geloof.

Hij was een dichter,hij was een taalkunstenaar, de vastlegger van al het gevoel maar meer dan dat wordt hij herinnert als een moordenaar. Hij was gevoelig, maar wordt herinnert als wreed. Hij had als geen ogen over voor de ander, ving de blikken om ze in netten te bewaren en koesteren.
Hij had een moedervlek op zijn wang, en als de angst te groot werd legde hij zijn vinger daarop, als om hem te beschermen.

Hij had een meisje en als zij bang werd wiegde hij haar als een kind, en altijd kuste hij en was hij geduldig.

Hij nam het leven als een galg en verorberde al wat mooier was. Een verdrietig mens is minder waard dan een gelukkig mens. )

20100111

Binnenskamers

Als ik de deur ben, ben jij
degene die mij niet opent.
-waarom zou je ook,
ik sta al op een kier.
Voor de ruimte die ik, kierend,
niet verberg
mag ik jouw oog en dan weer jouw oor zijn.
Ik jouw perceptie
jij mijn nauwe realiteit.
Het is beter dat niet te vervoegen en hoewel het
binnen fluisterzacht over jou gaat zie ik door jouw ogen
dat je het niet wilt horen.

Ik wou dat ik de wind was die me dichtwaaide
dan was ik jouw geluk bij een ongeluk.