Waar je gevallen bent, blijf je.
In het hele universum is dit je plaats.
Alleen maar deze ene plek.
Maar die heb je helemaal van jezelf gemaakt.

JÁNOS PILINSZKY (1921-1981)

Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen

20110302

*

Je schraapte kleren van je lijf als uit woede en er was zichtbaar
een randje haar bij je navel. Een druppel van het douchen, een
bultje en een vlekje pigment alsof je een foto was waar de zon op scheen.

Je kleren gooide je in bergen kreukels van je af, je emoties vouwde je op. Behoedzaam
kronkelde je jezelf eromheen. Toen je een meisje had kreukte je gevoelens en legde
ze op verkeerde stapels.

Een soort kwartetten met je ziel, zei je en liep laconiek de zee in omdat je
‘toch de boel al kwijt was.’ In de verte ving je kleding wind.
Je kippenvel was heel veel kleine bultjes rechtopstaande haartjes. Je haren
waaierden in watersnood en door de huid van je gezicht zag ik steeds meer

bodem van de zee.

20100718

Postindustriële spontane vegetatie:

Waar gebouwen langzaam ontworteld raken,
waar gruis huist tussen gras en stalen bloemen de varens bevruchten.
Waar niets gepland doch veel gegroeid is en langzaam
verdwenen. Waar ooit de arbeiders zwart-wit hun pet afdeden.
Om te buigen voor weer, wind of nog een lange dag verwijderd
van het avondeten.
Waar de planten de gebouwen vreten. De herinneringen verteren
naar vergetelheid. Daar waar de gebaande paden niets meer zijn
dan vertrapt en kwijt.

20100630

flirt

Zoals ik woorden nodig heb
had jij jezelf. Je lach zei
ik weet van wanten
en: laten we samen op weg naar
de horizon of zoeken naar bessen of
zomaar iets tegenkomen
en dat samen gevonden hebben.

(The sky is the limit, trachtte mijn lach)

En je hand toen ik in het donkerder
begon over kou en jij nog warmer
en warmere dingen wist en ik
als antwoord rilde.

Later de rest van je lichaam
en toen je vertrok

je omkijken.

20100628

een cohesie betuiging

Niemand ziet dat je ijs koopt voor in haar vriezer of
dat je op het knopje drukt en
dat je het dan zo maar samen noemt omdat
het even duurt voordat het licht aangaat.

Het verschil daartussen is alleen zijn en
je alleen voelen. Eerst lief zijn dan lief vinden
en tenslotte onstuimig liefdoen totdat ze op het knopje drukt
en het direct donker wordt.

Zij kijkt niet en jij kan niet zien. Je koopt nieuwe ijsjes.
En passant duw je jezelf in nieuwe vriezers.
En je weet, terwijl ze langs je rennen en je zachtjes
niet bederft dat ik geen vriezer heb. Net als jij.

20100626

Droom

en af en toe gaat in het donker je lichaam weg

zie ik jou als bakstenen muren
rug tegen rug met de maan en
ben ik alleen
zonbeschenen.

panikeren heeft zin want liefje
schreeuw ik
en je bent er

sust

20100518

Vroeger duwde ik wel een bos wortels,
of een boodschappentas in de hand,
waarin oorspronkelijk de mijne zat.
Die van mijn moeder bijvoorbeeld.

Ik sloop dan weg om op te staan
na het vallen zoals ik dat
eufemistisch gezien moet hebben of
via het klimrek weer eens de wolken te raken.

Later leerde je me het geluk van
onbewaakte fietsenstallingen
waarin je zo maar je hart kunt verliezen
en het gevaar van onbewaakte ogenblikken
waar je hem later weer in je handen geduwd krijgt.

20100515

klein woord

Geluk is niet
ver weggaan en zeggen
dat het gras alleen maar mooier werd.
Of besluiten dat je elkaar zo mooi vindt
dat je blijft.

’t is niet alles zo goed voor elkaar hebben
dat elke vriend zijn eigen wijn en jij elke dag
een ander kust.
Noem dat leven;
noem dat lust.

Geluk duurt
een akkoord op een vleugel, een blik op jou
een hand op je buikpijn
en dan alleen nog buikpijn zo
snel; zo mooi,
noem dat geluk

leegte

Je bent uit de taal ontstaan. Zoals
een schepper met warme vingers
een torso boetseert en daaruit later
een rib neemt.

Je bent een net en alles wat ontglipt.
Je ontstond uit dat wat werd gemist, de woorden
maakten jouw vorm en daaruit nam je
later de inhoud.

Niemand beheerst de stijl die jij bent.
't is zoals jij zwijgt en zoals jij loopt. Zoals de anderen
dat allemaal niet doen en zelfs voor jou
nog een onmetelijke ruimte overlaten.

Ik wil alles vastleggen wat jij niet bent
om met de leegte jou te kunnen herleiden
als je met al je wit en al je woorden
straks weer in de taal vergaat.

20100501

Als ik kon vliegen

Kilometers lopen moeten we, we willen niet.
Het wiel is immers jaren geleden niet voor niets
gevonden.

Ik ontdek dat langzaam pratend
de tijd sneller voorbij gaat -ongeveer zoals dat
je met een vergrootglas kleinere letters kunt schrijven.

-We bekijken de stoep en de sloot
waarin het kroos als een eindeloze file
een tunnel in verdwijnt.
De kikkers duiken achter de gordijnen en
onder de banken als ze ons zien.

Zijn wij even verliefd als zij,
vraag je.
Wij zijn elkaars onderzoeksobject.
Twee onderzoeksvragen die
hand in hand wat weg delen.

Als ik kon vliegen zou ik andere
dingen doen dan de vogels verzucht ik, ik zou
je nooit meer over het hoofd zien, en van de lucht
een droom maken en

dan me langzaam en zacht laten strelen door de tijd
tot aan het vrijen
in de boomgaard bij het avondlicht en heel snel praten
omdat mijn regel vast ook andersom werkt.

20100421

paradigma

kreeg je een camera toen
je nog klein was legde je
elke verandering stil zo
dacht je, ketende
de wereld.

Ook mij schoot je vol
tranen, vastgelegd op foto’s
herinneringen beklijfden
tot enkel blauwe lucht

Je probeerde de liefde,
de lust, de ochtend, de seks,
de katers zoals anderen geesten vastleggen
in oude gebouwen.

20100419

je beklimt ook bergen hoor
dat je je fiets ertegen aan kan zetten
zo stijl spreek je tot mijn verbeelding.

Mont Ventoux zeg je
en bovenop kus je
de eerste vrouw die je ziet.

Dat hoort erbij. Netjes rangschikken
de vrouwen, de kussen
de ramen waarachter.

vernis op de kozijnen dat
dan weer wel.

Je zwaait mij uit de wind
tot later kus je en elke tong
is de jouwe
fluister je

20100403

je neemt het
kleinste pad en glimlacht
me met je mee.
je zegt kom en ik geloof je
je bent een brug ik mag over je heen als
ik val moet het opnieuw en dan
moet ik de rivier zijn en mag
jij zwemmen, je zegt de wind steekt op
ik golf jij verdrinkt maar dat
vind ik cliché dus we doen het opnieuw.

je koos me,
lief en droeg me over
aan de kleuren van de wolken ik stroomde door
maar je overbrugt me verder ik
zal je niet bedanken
mijn hart is vloeibaar, is
de spatten die je raken tijdens storm.

20100324

amsterdam

Amsterdam trekt mijn jurk
uit de kreukels maar doet hem
nooit helemaal recht.
de stad is mijn bril de zon
spiegelt in de glazen
de kleine straatjes ontluiken als knoppen en
de zon gaat feilloos over in de nacht.

ik heb het er zomer zien worden:
ik was alleen in de tunnels en steegjes
Amsterdam heeft me ontkleed
geglimlacht en de schouders
karakteristiek opgehaald
de zomer begon voor niets en
niemand was meer onderweg
dan ik en niemand lachte meer,
maar beminde en het was mooi en los daarvan
allemaal helemaal
gratis.

20100306

Ik heb het vermogen de woorden te tellen
zoals
ik ooit duizenden zandkorrels telde;
het semantische schaakbord van koning Shirham
ik kan ook de woorden vergeten
en zeggen wat ze zijn zoals ik ooit
mijn zandkorrels woestijn noemde

van de woorden poëzie maken,
en het begrijpen.

20100221

Toen we nog handjes vasthouden deden en
dagzwaaien naar de mevrouw
met het hondje.
tegels tellen en springen over
het wit van de zebrapaden.
Toen die letters halfverlichten
omdat ’t ook maar uit een doosje stroomt
we enkel de was maar konden en
dachten de wereld is net zo plat
als dat we nooit zullen sterven.

We gingen aan elkaar voorbij ik
zag vast jouw ogen wel voorheen
en had ik het geweten
hoe had ik het gedaan
jouw hand gepakt, geglimlacht
misschien had ik het geschreven maar
ik had je laten weten
dag
ik vind je later lief

20100202

vergeten

Herinneren heeft, zo zie je aan Marsman
geen zin; we zijn er niet op gebouwd.
Vissen worden altijd groter
als ze langer zijn gevangen.

Je zegt me dat ik danste maar
de afdruk van onze schoenen
toont jouw voeten
die voorlagen en
de mijne die volgden

En het zand liegt niet
want het heeft geen neus
die kan groeien en geen wangen
die gaan blozen

kom, kleed je uit en ren op dezelfde
blote voeten als ik in de zee
en onthoud maar niets want de werkelijkheid
is al het moois wat we vergeten

20100111

Binnenskamers

Als ik de deur ben, ben jij
degene die mij niet opent.
-waarom zou je ook,
ik sta al op een kier.
Voor de ruimte die ik, kierend,
niet verberg
mag ik jouw oog en dan weer jouw oor zijn.
Ik jouw perceptie
jij mijn nauwe realiteit.
Het is beter dat niet te vervoegen en hoewel het
binnen fluisterzacht over jou gaat zie ik door jouw ogen
dat je het niet wilt horen.

Ik wou dat ik de wind was die me dichtwaaide
dan was ik jouw geluk bij een ongeluk.

20091102

vanitas

het is nu november
de tweede.

20091028

onbezonnen

ik weet nog hoe je op de zon schoot
een hekel aan de zon had je
je kneep je ogen dicht
voor niets komt hij op
zei je
en je schoot

je dacht misschien dat het zou helpen
zoals je ook, langer geleden
onder mijn hand je schouder legde

en onder de dekens de rest van je lichaam
in de hoop dat niemand het zou zien
contouren zijn als de stank van vis
besefte je.
daarna heb je ze niet meer willen verbergen

je liep een vorm
s
zo een en je zei
ik haat de zon omdat mijn grafiek
onzichtbaar is door jouw schaduw

je kneep je ogen dicht en schoot
maar mijn schaduw kwam niet door de zon
zo bleek

20091026

misschien passen de woorden in een liedje

alsof het ritme en misschien
een mondharmonica
de schoenlepel zijn
en de woorden een voet.

misschien passen wij zelf
wel in een liedje
zo eentje experimenteel
die zelden wordt gehoord

we zijn niet een volle concertzaal
een bierfiets
een kroeg

wij zijn geen meezinger maar
een stilvaller.
Een tranen in het filmhuis
onder de dekens

we moeten onze gedachtes in een studio
opnemen en zorgen dat het ook
op soulseek komt want hoewel ook wij mooier klinken op cd
het geeft toch een gratis indicatie

het is niet niets
om geluisterd te worden
het is niet niets
om samen de stilte te zijn.